Naar de inhoud

Paaskaars

Uitleg voor in het boekje bij het aansteken van de paaskaars aan het begin van een kerkelijke uitvaart.

Past bij een uitvaart

Naast de kist brandt de paaskaars. Deze grote kaars wordt in de paasnacht voor het eerst aangestoken en staat voor Christus, die is opgestaan uit de dood. Bij een uitvaart herinnert zij aan het doopsel van N. en aan de hoop dat de dood niet het laatste woord heeft.

Gebruik in je boekje

De paaskaars is de grote kaars die in de paasnacht voor het eerst wordt aangestoken. Bij een kerkelijke uitvaart staat zij bij de kist, als teken van het licht van Pasen. In veel parochies steekt een familielid de kaars aan het begin van de viering aan. Soms brandt zij al als iedereen binnenkomt.

Zo maak je het persoonlijk

Waar N. staat, zet de bouwer de naam die je invult. Wie de kaars aansteekt, kun je in het boekje noemen, bijvoorbeeld "Lotte, kleindochter van Jan, steekt de paaskaars aan". Voor een kleinkind of petekind kan dit een mooie, kleine taak zijn. Vraag de priester of voorganger hoe het in jullie kerk gaat. Die heeft het laatste woord over de viering.

Wie doet het en hoe lang duurt het

Een familielid, vaak een kind of kleinkind, steekt de kaars aan met een lange aansteker of een kleine kaars. De koster helpt als dat nodig is. Het aansteken duurt een halve minuut. De korte uitleg in het boekje helpt gasten die het gebruik niet kennen.

Deze pagina wacht nog op controle door onze liturgische redactie.