1 Tessalonicenzen 4: rouwen met hoop
Paulus troost een gemeente die rouwt: wie gestorven is, zal samen met de levenden bij de Heer zijn.
Bijbelverwijzing: 1 Tessalonicenzen 4,13-18
Deze lezing tonen we niet zelf: de bijbeltekst is auteursrechtelijk beschermd. Je vindt de tekst in het lectionarium van je parochie of op debijbel.nl.
Gebruik in je boekjeWaar gaat deze lezing over?
De christenen in Tessalonica maken zich zorgen over wie van hen gestorven is. Paulus schrijft hun een troostbrief. Hij zegt niet dat ze geen verdriet mogen hebben. Wel dat ze anders mogen rouwen: met hoop. Omdat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook de doden met hem meebrengen. Paulus beschrijft in beelden van zijn tijd, met een bazuin en wolken, hoe levenden en doden samen de Heer tegemoet gaan. Daarna zijn ze voorgoed samen bij hem. Hij sluit af met de vraag om elkaar hiermee te troosten.
Wanneer past deze lezing?
Bij een uitvaart, als tweede lezing. De lezing is geschikt voor bijna elke uitvaart. Ze erkent het verdriet en zet er hoop naast. Ze past bij families die samen willen uitdrukken dat ze hopen op een weerzien. De lezing staat in de lijst die de katholieke Kerk voor de uitvaart voorstelt.
Voorlezen
Meestal leest een familielid of vriend voor. De lezing duurt ongeveer anderhalve minuut. Het middenstuk heeft grote beelden. Lees die rustig, zonder nadruk op het dramatische. De laatste zin, over elkaar troosten, is voor iedereen in de kerk bedoeld. Kijk dan even op naar de mensen.
Je vindt de volledige tekst op debijbel.nl of in het lectionarium van je parochie.
Lezingen voor een uitvaart
- 1 Johannes 3: kinderen van God1 Johannes 3,1-2Johannes zegt dat we nu al kinderen van God zijn, en dat we hem ooit zullen zien zoals hij is. Een heel korte lezing.
- 2 Korintiërs 5: een huis bij God2 Korintiërs 5,1.6-10Ons aardse leven is als een tent; bij God wacht een blijvend huis. Een lezing over vertrouwen voorbij de dood.
- Jesaja 25: God droogt de tranenJesaja 25,6a.7-9Jesaja ziet een feestmaal voor alle volken, waar God de dood voorgoed opheft en ieders tranen droogt.
- Job 19: mijn verlosser leeftJob 19,1.23-27aMidden in zijn lijden zegt Job dat er iemand is die voor hem opkomt, en dat hij God zal zien.
- Johannes 11: de opstanding en het levenJohannes 11,17-27Marta rouwt om haar broer Lazarus. Jezus zegt tegen haar dat hij de opstanding en het leven is.
- Johannes 14: een plaats bij de VaderJohannes 14,1-6Jezus troost zijn leerlingen met de belofte dat er in het huis van zijn Vader een plek voor hen klaarstaat.
Deze pagina wacht nog op controle door onze liturgische redactie.