Een uitvaartspeech schrijven
Zo schrijf je een uitvaartspeech voor je vader, moeder of vriend. Hoe lang, wanneer je spreekt, een opbouw om in te vullen en tips voor het voorlezen.
Door Steven · Bijgewerkt op 11 oktober 2026
Een uitvaartspeech is een korte toespraak over de overledene, door een kind, partner, kleinkind of vriend. Mik op ongeveer vijf minuten: zo'n vijfhonderd woorden. Je hoeft geen redenaar te zijn. Wat mensen bijblijft, is één echt verhaal over wie iemand was. Hieronder lees je wanneer je spreekt, hoe je de speech opbouwt en hoe je hem voorleest als het moeilijk wordt.
Wanneer spreek je
Dat hangt af van de vorm van de uitvaart.
- In een uitvaartmis is er ruimte voor een persoonlijk woord aan het begin of aan het einde van de viering, voor de laatste aanbeveling (het afscheid bij de kist). Dat heet vaak het in memoriam. De homilie, de uitleg bij de lezingen, houdt de priester of de diaken. Lees meer in de volgorde van een uitvaartmis.
- In een afscheidsviering in een woorddienst is er meestal meer ruimte voor eigen woorden, gedichten en muziek. Ook hier beslist de voorganger mee. Het verschil lees je in mis of woorddienst.
- Bij een afscheidsbijeenkomst in een aula, crematorium of zaal spreken vaak meerdere mensen, afgewisseld met muziek. De tijd in de zaal is beperkt. Vraag de uitvaartverzorger hoeveel tijd er is en verdeel die over de sprekers en de muziek.
Spreken er meer mensen, overleg dan wie wat vertelt. Zo hoort niemand drie keer hetzelfde verhaal over de vakanties in Zeeland.
Hoe lang mag het duren
Mik op ongeveer vijf minuten. Volwassen kinderen spreken vaak vijf tot tien minuten, jonge kleinkinderen en collega's korter. Spreken er meer mensen, stem de lengte dan op elkaar af. Een te lange speech is zwaar, voor jou en voor wie luistert. Reken met ongeveer honderd woorden per minuut, met de pauzes erbij. Lees je tekst thuis hardop voor en zet een stopwatch aan. Zenuwen maken je sneller, emotie zorgt voor pauzes. Oefen daarom een paar keer, liefst met iemand erbij.
Een opbouw om in te vullen
Een speech hoeft niet volgens een vast schema. Toch helpt een opbouw als je niet weet waar je moet beginnen.
- Wie je bent. Eén zin is genoeg: "Ik ben Eva, de oudste dochter van Henk."
- Een beeld om mee te beginnen. Iets kleins en concreets, geen samenvatting van een heel leven.
- Eén of twee verhalen. Kies verhalen die laten zien hoe iemand was. Een eigenschap ("hij was behulpzaam") blijft minder hangen dan een moment waarop je die eigenschap zag.
- Wat je meeneemt. Wat heb je van haar of hem geleerd, wat blijft er van over?
- Een afsluiting. Veel sprekers richten zich aan het eind tot de overledene zelf, in één of twee zinnen.
Zo kan dat klinken, in voorbeeldzinnen die je mag gebruiken of aanpassen:
Als ik aan mijn vader denk, zie ik hem in de schuur, met een potlood achter zijn oor. Er was niets dat hij niet kon maken. Een fiets, een vogelhuisje, een kapotte radio van de buren.
Toen ik zestien was, wilde ik een brommer. Hij zei geen ja en geen nee. Hij zei: "Dan bouwen we er een." Dat hebben we gedaan, een hele winter lang. Ik denk dat het hem nooit om de brommer ging.
Pap, je hebt me geleerd dat je dingen niet weggooit omdat ze kapot zijn. Dat geldt ook voor mensen. Dank je wel.
Voor een moeder, oma of vriendin werkt dezelfde opbouw. Het gaat om het moment, niet om de woorden.
Schrijven en voorlezen
- Schrijf alles uit. Ook als je goed kunt praten. Op de dag zelf is een volledige tekst je houvast.
- Korte zinnen. Wat je hardop zegt, moet je in één adem kunnen uitspreken.
- Print groot. Een letter van 14 of 16 punten, met ruime regelafstand. Zet een streep waar je even wilt pauzeren.
- Oefen hardop. Een paar keer, liefst ook een keer voor iemand anders. Dan weet je waar het moeilijk wordt.
- Neem water mee naar voren en kijk af en toe op. Je hoeft niemand aan te kijken; een punt achter in de zaal is genoeg.
- Spreek een vervanger af. Iemand die naast je staat en een kopie heeft. Lukt het niet, dan leest die verder. Niemand vindt dat erg.
Huilen tijdens een speech is normaal. Stop even, haal adem en ga verder als het kan. De zaal wacht op je.
In het boekje
De speech zelf staat meestal niet in het boekje. Wel zet je erin dat er gesproken wordt en door wie, met de band met de overledene: "Herinneringen, door Eva, dochter". Zo weet iedereen wie er naar voren komt. Wil je in het boekje toch iets van de speech terugzien, kies dan een korte levensloop of één zin die je ook in de speech gebruikt.
Een speech staat zelden alleen. Aan het begin van de uitvaart past een welkomstwoord, aan het eind een dankwoord. In Ordofolio zet je de sprekers en hun namen in het boekje via liturgie uitvaart maken. Een voorbeeld van een complete viering zie je in de voorbeeldboekjes.
Zet de sprekers in het boekje
In het boekje staat wie er spreekt en wat de band met de overledene is.
Bronnen
- De uitvaartliturgie, Nationale Raad voor Liturgie
- Orde van dienst voor de uitvaartliturgie, Interdiocesane Commissie voor Liturgie, 1993
- Hoe lang duurt mijn uitvaartspeech?, Ritueelbegeleider
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt een uitvaartspeech?
Mik op ongeveer vijf minuten. Kinderen van de overledene spreken vaak vijf tot tien minuten, jonge kleinkinderen en collega's korter. Reken met ongeveer honderd woorden per minuut, met de pauzes erbij. Een speech van vijf minuten is dan zo'n vijfhonderd woorden, ongeveer één A4 in een normale letter.
Mag ik een speech houden in een uitvaartmis?
Ja, maar niet overal in de viering. Een persoonlijk woord, het in memoriam, past aan het begin of aan het einde, voor het afscheid bij de kist. De homilie, de preek, is voor de priester of de diaken. Overleg met de priester wat bij deze viering past.
Wat als ik halverwege niet verder kan?
Neem de tijd. Even stil zijn mag, iedereen begrijpt het. Spreek vooraf met iemand af dat die naast je staat en het overneemt als het niet lukt. Geef die persoon een kopie van je tekst.
Komt de speech in het boekje?
Meestal niet. In het boekje staat dat er gesproken wordt en door wie, bijvoorbeeld "Herinneringen, door Eva, dochter". Wil je de tekst bewaren, dan kun je hem later met de dankbetuiging meesturen.