Morgen in mei
Een blij gedicht van Hélène Swarth over jonge liefde op een meimorgen; licht en vrolijk voor een bruiloft.
Een vroolijke voorjaarsmorgen, een zonnige morgen in Mei, zacht hullend in roze- en in goudglans de bloeiende wazige wei.
Daar zwerven een knaap en een meisje, zoo blond en zoo jong als de Mei, met wangen als blozende rozen en popelend hart, door de wei
Haar mondje, zoo rood als een Meikers, bekoort hem en lokt hem zoo lang.... Nauw raken zijn schuchtere lippen het perzikedons van haar wang.
Daar drukt hij haar fluks in zijne armen en kust haar... Wat maakt hem zoo koen? — De vogelen juichen van liefde en bouwen hun woning in 't groen.
Hélène Swarth
Waar gaat dit gedicht over?
Op een zonnige ochtend in mei lopen een jongen en een meisje door een bloeiende wei. Ze zijn jong, blond en verliefd. Hij durft haar eerst nauwelijks aan te raken. Dan neemt hij haar in zijn armen en kust haar. Waar komt die moed vandaan? De vogels juichen van liefde en bouwen hun nest in het groen.
Dat laatste beeld maakt het gedicht mooi voor een bruiloft: twee mensen die samen een thuis gaan bouwen. Er zit geen verdriet en geen ironie in. Het is gewoon blij.
Een paar oude woorden: "zacht hullend in" betekent zacht omgeven door, "popelend" is ongeduldig kloppend, "Meikers" is een vroege kers, "perzikedons" is het zachte donshaar op een perzik, "fluks" betekent snel en "koen" is dapper.
Wanneer past dit gedicht?
Het past bij een bruiloft in het voorjaar, maar ook op andere momenten. Het is luchtig en kort. Je kunt het goed gebruiken in het boekje, bij de ceremonie of bij het diner. Het past bij een burgerlijk en bij een kerkelijk huwelijk.
Voorlezen
Een vriend, vriendin of getuige leest het vaak voor. Lees het met een glimlach, in een rustig tempo. Na de vraag "Wat maakt hem zoo koen?" mag je even wachten. Voorgelezen duurt het ongeveer een minuut.