Naar de inhoud

Wijding aan mijn vader

Sonnet van Karel van de Woestijne aan zijn overleden vader; past bij de uitvaart van een vader.

Past bij een uitvaart

o Gij, die kommrend sterven moest, en Vàder waart, en míj liet leven, en me teeder leerde leven met uw zacht spreken, en uw streelend hande-beven, en, toen ge stierft, wat late zon op uwen baard;

— ik, die thans ben als een die in den avond vaart, en moe de riemen rusten laat, alleen gedreven door zoele zomer-winden in de lage reven, en die soms avond-zoete water-bloemen gaart,

en — zíngt soms, onverschillig; en zijn zangen glijden wijd-suizend over 't matte water, en de weiden zijn luistrend, als naar eigen adem, naar zijn lied...

Zóo vaart mijn leve' in vrede en waan van dóod begeeren, tot, wijlend in de spiegel-rust van dieper meren, neigend, mijn aangezicht uw aangezichte ziet.

Karel van de Woestijne

Gebruik in je boekje

Waar gaat dit gedicht over?

De Vlaamse dichter Karel van de Woestijne spreekt zijn vader aan, die stierf toen de dichter nog een jongen was. De vader leerde hem teder leven, met zijn zachte stem en trillende handen. Nu voelt de zoon zich als iemand die in de avond in een bootje drijft. Hij laat de riemen rusten en laat zich meevoeren. Aan het eind ziet hij in het stille water van een meer zijn eigen gezicht. Daarin ziet hij het gezicht van zijn vader.

In de bundel "Het vader-huis" (1903) staat dit sonnet vooraan, onder de titel "Wijding aan mijn vader". Een wijding is hier een opdracht: het boek is aan de vader opgedragen. Deze tekst komt uit de eerste publicatie in het tijdschrift Van Nu en Straks (1900).

Een paar oude woorden: "kommrend" betekent zorgelijk of bedroefd, "hande-beven" is het trillen van de handen, "reven" zijn rietkragen langs het water, "gaart" is verzamelt, "leve'" is leven en "wijlend" betekent even blijvend.

Wanneer past dit gedicht?

Het past bij de uitvaart van een vader of grootvader, zeker in Vlaanderen. Het beeld van het gezicht in het water zegt dat een kind altijd iets van zijn vader bij zich draagt. Het gedicht is niet kerkelijk.

Voorlezen

Een zoon, dochter of kleinkind leest het vaak voor. De zinnen zijn lang en lopen over de regels heen. Oefen het daarom een paar keer hardop. Voorgelezen duurt het ongeveer een minuut.